Het museum als rolmodel

Afgelopen maandag was ik op het Special Guests Symposium in het Van Abbemuseum in Eindhoven. Een prachtige dag vol met inspirerende presentaties, een bijzondere multizintuiglijke lunch en als afsluiter een gezamenlijk optreden van het museumkoor samen met het Nederlands gebarenkoor. Samen met mijn collega Maren Siebert (als museumrobot!) van Foam fotografiemuseum Amsterdam heb ik een presentatie gehouden over Musea in Gebaren.

img_20161212_210952

De presentatie samen met museumrobot Maren

De afgelopen twee jaar ben ik steeds meer gaan inzien hoe groot de rol van musea is in de samenleving. Afgelopen maandag werd dat weer duidelijk gemaakt in de diverse interessante lezingen en workshops. Nynke Feenstra vertelde in haar presentatie hoe de musea zich de afgelopen decennia hebben ontwikkeld. De focus is gaan verschuiven van de collectie naar het publiek. Musea voelen zich steeds meer betrokken bij diversiteit en mensenrechten. Er is veel meer aandacht voor emotieve communicatie en beleving.

In de presentatie van Gail Dexter Lord waarin ik kennismaakte met de nieuwe termen ‘soft power‘ en ‘hard power‘ bleek dit ook weer. Musea zijn van oorsprong vaak van ‘hard power’, vol met trofeeën van oorlogen en kolonisatie. Verzamelingen van de ‘grote mannen’, een tentoonstelling van respectabele voorwerpen. Gail pleit voor meer ‘soft power‘ in musea. Musea moeten de plekken zijn voor onderzoek, informeel leren en inspiratie. Hierin is bridging en bonding heel belangrijk, zo kunnen we meer sociaal kapitaal creëren.

img_20161212_210300De presentatie van Nynke Feenstra

Toen ik met Wat Telt! startte zocht ik een aanknopingspunt: hoe kunnen we doven en slechthorenden meer zichtbaar maken in de maatschappij? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat steeds meer (horende) mensen inzicht krijgen in de achtergrond van deze doelgroep en gebarentaal? Hoe kunnen we de dovengemeenschap en de horende gemeenschap dichter bij elkaar brengen? Veel dove mensen roepen dat er op het regulier onderwijs eigenlijk gebarentaal aangeboden zou moeten worden. Als iedereen van jongs af aan gebaren zou leren, zouden de (communicatieve) drempels in de maatschappij veel kleiner worden. Maar hoe krijgen we mensen zover? In eerste instantie dacht ik absoluut niet aan musea als startpunt hiervoor. Ik dacht eerder aan de politiek, belangenorganisaties of scholen. Maar dat bleek een brug te ver.

Via kunst en cultuur kunnen we heel veel duidelijk maken. Ik realiseer me steeds meer dat musea hét perfecte startpunt zijn om de kloof tussen mensen met een beperking en de maatschappij kleiner te maken. Musea zijn plekken van inspiratie en informatie. Musea zijn uitstekende rolmodellen voor andere organisaties om te laten zien hoe het wél kan. In musea heb je de ruimte om dingen uit te proberen, te experimenteren, daar van te leren, ervaringen uit te wisselen en elkaar te inspireren.

img_20161212_205919  Het Nederlands Gebarenkoor

Bezoekers komen in een museum om nieuwe ervaringen op te doen, mooie dingen te zien en zich te laten inspireren. Op zo’n plek staat je mind helemaal open. In een inclusief museum, waar alle soorten bezoekers welkom zijn en waar alles goed toegankelijk is, kunnen mensen zien dat dit mogelijk is. En niet onbelangrijk, wat dit allemaal oplevert. En andersom kunnen mensen met een beperking in een toegankelijk én inclusief museum ervaren hoe het is om zich helemaal thuis te voelen binnen de publieke ruimte. Iets wat een bijzondere ervaring oplevert en mensen ook weer vertrouwen kan geven. Uit ervaring weet ik dat het vermoeiend is om steeds weer tegen drempels aan te lopen. Als dat een keer niet gebeurt, geeft dat veel energie.

Kortom, een toegankelijk en inclusief museum is een inspirerend voorbeeld voor iedereen: voor horende bezoekers, voor museummedewerkers, voor kunstenaars, voor beleidsmakers, voor mensen met een beperking of een andere achtergrond. Ik hoop dat steeds meer musea enthousiast worden om aan de slag te gaan met toegankelijkheid en inclusie. Samen kunnen we laten zien wat dat allemaal oplevert!

Gebaren in het Europees Parlement

IMG_7553Gisteren was een historische dag voor de dovengemeenschap.
Voor het eerst in de geschiedenis werd er een gebarentaalconferentie georganiseerd in het Europees Parlement te Brussel. Het doel van de conferentie was om politici bewust te maken van de diversiteit in gebarentalen en hoe belangrijk het is dat dove mensen ook toegang hebben tot informatie. Dat kan via gebarentaal. En die is niet universeel, zoals veel horende mensen denken. Er waren maar liefst 145 tolken aanwezig om vertalingen te maken naar 31 gebarentalen en 24 gesproken talen. In totaal waren er ruim 1000 mensen aanwezig, waaronder 550 dove mensen uit alle Europese lidstaten.

Aan het einde van de conferentie kwamen een aantal Europese parlementsleden aan het woord, en allemaal zeiden ze dat ze geraakt waren door de vibe die er hing in het gebouw. Volgens de dove Vlaamse MEP (Member of European Parliament) Helga Stevens was het warmer dan ooit in het Europees Parlement. Helga staat erom bekend altijd een jasje en een sjaaltje te dragen, maar gisteren had ze dat af gedaan. Maar wat maakte het nou zo bijzonder dat we daar met zo veel doven waren en dat alles werd vertaald in 31 gebarentalen, vroeg ik me af.
IMG_7494

Voor ons is het heel normaal om met elkaar te communiceren in gebarentaal. De uitspraken van deze MEP’s deed me opnieuw beseffen hoe onzichtbaar dove mensen zijn voor de horende maatschappij. Horende mensen, waaronder dus ook politici, zijn zich niet ervan bewust tegen welke drempels dove mensen aan lopen in het dagelijks leven. Voor horende mensen is het vanzelfsprekend om alles te kunnen volgen, zo ook de discussies in het Europees Parlement of de informatie op de websites van het Parlement. Voor dove mensen is dat allemaal niet goed toegankelijk. Dagelijks missen we veel informatie. Het is lastig om je te realiseren wát je mist, want dat had je dus net gemist. Kortom, veel dove mensen beseffen zich niet wat ze missen, én veel horenden beseffen niet wat dove mensen missen. Op dat punt valt er nog veel te winnen.

Woensdag 28 september 2016 was daarom een historische dag: een groep van 550 dove mensen en de tolken gebarentaal die alles hebben vertaald in 31 gebarentalen hebben gebarentaal zichtbaar gemaakt op een prominente plek in Europa. Ik hoop van harte dat dit niet een eenmalige gebeurtenis was, en dat deze dag vele politici wakker hebben geschud om de maatschappij toegankelijker te maken voor dove en slechthorende burgers.

Als dove ondernemer ben ik geïnspireerd geraakt door de plek waar dit allemaal gebeurde: het is belangrijk om nóg meer samen te werken om onze doelen te bereiken. We kwamen allemaal samen in Brussel, dé plek waar Europa samenwerkt. Dove mensen hebben praktisch geen eigen land, vaak worden we geboren uit ouders die onze taal niet spreken en dit nog moeten leren. Leven we dagelijks tussen mensen die onze taal niet spreken. Gaan we dagelijks om met vooroordelen van horende mensen. Als we alleen over straat lopen, ziet niemand dat we doof zijn. Maar wanneer we ons als groep in de maatschappij begeven, zijn we opeens opvallend. Wapperende handen maken ons zichtbaar. Er komt beweging, mensen krijgen het warm en er ontstaat een vibe…. Met gebarentaal komen we een stuk verder!
IMG_7582

Doofgewoon

Deze blog heeft ook in de Metro lezerscolumn gestaan in de krant van 21-07-2015.

Ik sta in een café en een onbekende probeert me iets te zeggen. Ik probeer hem uit te leggen dat ik doof ben maar hij duikt telkens in mijn oor in plaats van gewoon naar mijn gezicht te kijken. Zo kan hij niet zien wat ik uitbeeld met mijn handen. Ik pak zuchtend mijn mobiel en wil intypen ‘ik ben doof’, maar de autocorrectie beeldt uit ‘ik ben dood’. Geschrokken kijkt de jongeman me aan. Ik moet onwijs lachen. Nu heb ik eindelijk zijn aandacht: ik gebaar opnieuw heel duidelijk met twee vingers op mijn oor: ik ben DOOF.

Soms word ik op een gewone ochtend wakker in mijn bed en bedenk ik me ineens: ik ben doof! Echt morsdoof. Ik vind het zo doodgewoon (of moet ik nu zeggen doofgewoon?), want ik weet niet beter. Toch besef ik soms dat ik maar één leven heb en dit leven leid als een dove persoon. Net als dat ik me soms ook ineens realiseer dat ik nooit een man zal zijn en nooit een zwarte en ook nooit een moslim. Ik zal nooit helemaal kunnen ervaren hoe het is om horend te zijn. Hoe het is om door het bos te lopen en de vogeltjes te horen fluiten. Hoe het is om naar het winkelcentrum te lopen en moeiteloos een gesprek te kunnen aanknopen met de straatkrantverkoper. Hoe het is om in de trein andermans gesprekken af te luisteren. Hoe het is om vergaderingen te volgen zonder een tolk. Hoe het is om in de après ski café foute liedjes mee te blèren.

Maar mis ik die dingen? Nee. Want ik weet niet beter. Evenals ik nooit zal weten hoe het is om staand te plassen. Hoe het is om vijf keer per dag te bidden richting Mekka. En nog vele duizenden dingen die ik in mijn leven nooit zal meemaken of beleven.

Horende mensen zullen nooit weten hoe het is om in the middle of nowhere in Tanzania vloeiend te kunnen communiceren met een local en toch het gevoel te hebben te praten met een familielid. Hoe het is om door het treinraampje door te blijven kletsen met je vriendje. Hoe het is om in een kroeg met keiharde muziek ontspannen te kletsen met je vriendinnen. Hoe het is om tijdens een zware onweersbui gewoon door te kunnen slapen. Hoe het is om direct door te kunnen hebben hoe de ander zich voelt, dankzij de lichaamstaal.

Dove mensen hebben iets wat horende mensen niet hebben, en horende mensen hebben iets wat dove mensen niet hebben. Zo heeft iedereen iets wél en iets níet. Net als dat de autocorrectie meteen van ‘dood’ uit gaat in plaats van ‘doof’, zijn sommige dingen te snel gezegd. Ben je horend? Kijk nog een keer goed, wie weet gaat er dan een wereld voor je open.

I see deaf people

Illustratie door www.apbart.nl