Tweedehands taal

Als je doof bent raak je wel eens geïrriteerd als een horende meewarig zijn hoofd schudt en zegt ‘wat knap dat je dat allemaal doet, ondanks je doofheid’. Zeker als je doof geboren bent, weet je het gewoon niet beter. Je voelt je normaal en denkt dat je gewoon normaal bent. Op zo’n opmerking reageer ik heel vaak met ‘Voor mij is het niet knap ofzo, ik weet niet beter’.

Als je je steeds meer beweegt in de horende wereld merk je op een gegeven moment dat je energiereserve toch best wel snel opgaat. Als dove persoon denk je dan ‘oh, iedereen is natuurlijk moe na zo’n drukke dag’. Maar dat geldt dus niet voor iedereen. De laatste jaren ben ik me daar steeds meer bewust van geworden: dat je als dove persoon al gauw denkt dat je helemaal niet beperkt bent, omdat je niet beter weet. Omdat je het allemaal toch al gewend bent en er prima mee leeft. De dove persoon anno 2015 heeft letterlijk nauwelijks beperkingen: er zijn prima voorzieningen. Als je geluk hebt, ben je tweetalig opgevoed en kun je zowel in het Nederlands als de Nederlandse gebarentaal goed communiceren en kun je daardoor je redelijk goed redden in de maatschappij.

Doven communiceren in veel situaties met horende mensen via een tolk gebarentaal. Je communiceert dan niet rechtstreeks met iemand, er staat iemand tússen jou en de ander. Wat voor invloed heeft dat voor zo’n interactie? Voor doven die opgegroeid zijn in de dovenwereld, zijn tolken gebarentaal heel normaal. Maar als je goed nadenkt over het feit dat je dus mét een tolk nooit echt rechtstreeks tegen iemand praat, dan is dat eigenlijk heel gek. Iedereen kent het spelletje wel waarbij je een verhaaltje moet doorgeven in een rijtje mensen. Er ontstaat altijd ruis en de uitkomst is meestal dat er gaandeweg een heel ander verhaal ontstaat. Dove mensen die via een tolk communiceren, communiceren dus continu met ietwat ruis, hoe goed de tolk ook vertaalt. En dove mensen zijn zich daar, volgens mij, nog niet voldoende van bewust.

Laatst had ik een leuk gesprek met een tolk gebarentaal, waarin zij een prachtige term introduceerde: ‘tweedehands taal’. Het verhaal van de horende persoon, die de tolk vertaalt in gebarentaal, is voor jou als dove persoon een soort tweedehands taaltje. Je krijgt het verhaal letterlijk niet uit de eerste hand, maar uit de tweede hand te zien. Moet je je voorstellen: je zit de hele dag op school of je hebt diverse vergaderingen achter elkaar op het werk met een tolk gebarentaal. Al die informatie krijg je dus tweedehands binnen. Zou die informatie niet extra vermoeiend zijn, dan wanneer je het uit de eerste hand te zien krijgt? Volgens mij wel, want er is een vertaling gaande van de ene taal naar de andere taal, er gaan misschien wat dingen verloren of anders overgebracht dan oorspronkelijk bedoeld. Allemaal dingen waardoor je in je hoofd continu moet blijven puzzelen. Dat klein stukje extra, kost bij elkaar toch best wel veel energie.

Misschien is het toch net zoiets als het aannemen van complimenten. Dat je dan juist niét moet zeggen ‘ach welnee, dat stelde niks voor, hoor’. De volgende keer dat een horende persoon tegen mij zegt hoe knap het allemaal wel niet is wat ik doe, ga ik proberen met een glimlach te zeggen ‘Dank je wel! Ik doe het met plezier’.

broos-januari-2015

Illustratie door www.apbart.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *